De opdracht kwam van een commissie die mij en mijn werk kent. Wat een mooie kans om nu in het groot met energie te werken.
Een beeld dat met een gebaar de verbinding maakt van oud naar nieuw stadsdeel en via schaduw en tijd de energie van dit gebaar vergroot en versterkt.

Deze armbeweging kwam van de maagd vanuit haar hart naar buiten, dienend vanuit kracht en rechtop en geaard. Rond staaldraad als een getekende lijn was de vorm die aan de gevel de verbinding weergaf, met de zon in de rug. De schaduw van de arm ging royaal rondgevend met de beweging van de zon mee. Een coating zou door zonlichtabsorptie het beeld in het donker doen oplichten, zodat deze liefdesverbinding tussen de twee delen van Enkhuizen zichtbaar bleef.

Het werd wel wat duurder dan het budget toeliet, dus mijn voorstel was meer geld genereren om dit mogelijk te maken. De commissie daarentegen bedacht manieren voor goedkopere aanpassingen.

En daar vindt het plaats.

Ontkrachting.

Van kunstwerk naar decoratie.
Van energiewerk naar een ding.

Waarom had deze commissie mij gekozen? Mijn werk is nooit decoratief en vooral niet oppervlakkig leuk en goedkoop.

Ik weigerde. Ik trok mijn kunstwerk terug.

Er werd voorzichtig met mij contact gezocht met voorstellen. Ik was er geschokt over. Wat een afwijzing van het essentiële en van oprechtheid.
Uiteindelijk kwam een man met een nieuwe interesse mijn kant horen. Ik merkte zijn openheid en luisterde ook naar hem. Met een tussenoplossing ging ik akkoord: het beeld inclusief het schaduwgebaar bleef intact met mijn naam als ontwerper in plaats van als kunstenaar. Want een kunstwerk ging hiermee verloren en daarmee diens energie. Als ontwerp had het op deze manier nog een oprecht deel dat heel bleef. Ik kon daar met pijn in mijn hart met dat deel akkoord gaan.

Ik was bij de opening, op de achtergrond. Nerveus voor wat ik zou aantreffen. Ze hadden woord gehouden. Het was een lege maagd, haar bedoelde lege handen gevuld met drie haringen en haar rug naar de muur. De omgekeerde beweging. Gemiste kans?