Geluk, ik voel het soms intens, zonder het vast te kunnen houden. Het is een woord dat ik vroeger associeerde met ‘per ongeluk’ iets winnen.
Ik had vaak geluk met eerste prijzen van kleur- en tekenwedstrijden; ik won ook een modewedstrijd van de Tina. Zo ontmoette ik als 11-jarige in het Krasnapolsky van weleer Hans van Willigenburg en Sandra en Andres. Ik in mijn eigen kledingontwerp, geleende klompjes met hakken en een scheve te korte pony met dank aan kapsalon Jenny. Door daar als vierde te eindigen stopte mijn geluk even, maar bij een loting van de erfenis van een oude tante won ik weer door de juiste getallen te raden.

Hoe zoiets werkt, snap ik nog steeds niet. Want er volgde een periode van pech. Dat ik nog even als student napraatte met een leerling van mijn middelbare school na een presentatie over op jezelf wonen, zorgde ervoor dat ik als enige van de presentatoren zonder boekenbon weer naar, mijn eigen, huis vertrok. Met de postcodeloterij vielen mijn buren pas (flink) in de prijzen toen ik was verhuisd naar de volgende postcode.

Dat geluk ook of juist een intens liefdesgevoel kan zijn, dat snap ik nu beter. Al die ogenblikken van euforie of gewoon stil genieten, ik vergeet ze niet en er zijn steeds nieuwe.
Het terughalen ervan doe ik op moedeloze momenten en het versterkt als ik het deel met iemand. Vooral als die iemand hetzelfde met mij ooit tegelijk al deelde. Een gezamenlijke geluksherinnering.

Het is ook gewoon in mijn tuin zitten, met zon en stilte op het ruisen van bloemen en takken na; bewegende schaduw van druivenblad en wat gezoem van bijtjes, vliegen en kevertjes; een kopje koffie en mijzelf. Een muziekstuk dat mij raakt. En het is het blije gezicht van een neefje of nichtje als ze Hee tante Sjunet roepen en rennend mij een knuffel brengen. En vooral als ik in diepe stilte teken en zo in een andere wereld kom en daar een soort gelukslicht ervaar.

Het gevoel van alle tijd hebben en dat niets uitmaakt… In ruimte en stilte, daar vind ik het. Dat het dat ben ik?